ALPHONSE DAUDET OVER PIJN

©Chronosenik/Pain/Digitale Collage

Kort geleden stuurde mijn dierbare vriend W me een link naar een artikel in The New Yorker Mag, over leven met een chronische aandoening. Over de onzichtbaarheid soms ervan, het ongeloof vaak van de omgeving. De ontkenning van de artsen als ze niet meteen iets kunnen vinden, het shamen van de patiënt en de bittere zoektocht naar erkenning, diagnose en behandeling. Het artikel had niks met deze blog te maken, maar was een verderzetting van ons eerder zeer aangenaam weerzien. Waarin het gesprek even ging over het ziek zijn, over het grote verschil tussen vroeger en nu. Als je goede vriend dan zo een artikel tegenkomt en doorstuurt, is dat warm, een blijk van begrip. Van de wil om te begrijpen, ook al is het niet altijd evident. Van willen een hart onder de riem steken. Van het jou 100% bestaansrecht geven, mét de zware ziekte die je treft.

Mijn oog viel er op een citaat van Alphonse Daudet, een frans auteur. Lang geleden kwam hij op mijn pad, op school. We moesten er voor de franse les ‘Tartarin de Tarascon ‘van zijn hand lezen. Of was het via mijn vader, die ook franse les gaf, dat ik me dat boek herinner? Geen idee, het zit ver weg.

Een leuk boek.

Al heel vroeg kreeg Daudet te maken met de ziekte syfilis, , een neuro-degeneratieve aandoening. De ziekte van Lyme (Borreliosis) wordt er regelmatig mee in verband gebracht. Omdat ze door hetzelfde type bacterie, namelijk een spirocheet, wordt veroorzaakt. Een spirocheet is een akelig soort bacterie, dat zich in de cellen boort, alwaar ze onomkeerbare schade kan aanrichten.

Hij leefde in de tijd waarin syfilis nog niet behandeld kon worden, en waar je er onvermijdelijk aan dood ging. De aftakelingsverschijnselen, kunnen deels gelijk lopen met die van chronische Neuroborreliosis, een chronische neurologische vorm van Lyme, die vandaag nog meer dan vaak niet te genezen valt, en niet ten volle erkend wordt. En we zijn bijna 150 jaar later. Een Lyme diagnose wordt zelfs al te vaak gemist. En blijft zo onbehandeld, met zware ellende tot gevolg.

Alphonse Daudet besloot zijn proces van ziekte en pijn neer te schrijven, hij wilde er een roman van maken. Hij stierf echter voor hij die kon uitgeven. Het is zijn familie die dat postuum heeft gedaan.

Het werd : La doulou (la douleur) : 1887-1895 / Alphonse Daudet.

Romans over pijn zijn er niet zoveel.

Daarom vermeld ik het hier graag. Zelf heb ik het nooit gelezen, en dat zit er, om fysieke redenen, ook niet meteen in.

Maar graag geef ik een paar citaten die me raken, omdat ze tijdloos zijn, helaas.

En omdat ik me er in herken.

Misschien jij, lezer, ook, of iemand in jouw omgeving.

Pijn moet bespreekbaar blijven en zijn, vandaar.

En als je kan, is het boek misschien een goeie leestip.

Douleur toujours nouvelle pour celui qui souffre et qui se banalise pour l’entourage. Tous s’y habitueront, excepté moi’

Pijn die elke keer nieuw is voor degene die lijdt, en die banaal wordt voor zijn omgeving. Iedereen zal er aan wennen, behalve ik.’

Douleur qui se glisse partout, dans ma vision, mes sensations, mon jugement : c’est une infiltration’

Pijn die overal binnen glipt, in mijn zicht, in mijn gewaarwordingen, in mijn denkvermogen: een infiltratie’

Dans ma pauvre carcasse creusée, vidée par l’anémie, la douleur retentit comme la voix dans un logis sans meubles ni tentures. Des jours, de longs jours où il n’y a plus rien de vivant en moi que le souffrir.’

In mijn arme uitgeholde karkas, leeggelopen door de bloedarmoede, weerklinkt de pijn als de stem in een lege ruimte, zonder meubels of gordijnen. Dagen, lange dagen, waarin er niks meer leeft in mij, behalve het lijden.’

‘Mais je souffre, moi aussi, et en ce moment ; mais j’ai pris l’habitude de garder mes souffrances pour moi; quand la crise est trop forte et que je me laisse aller à une plainte un peu vive, c’est un tel bouleversement autour de moi ! « Qu’est-ce que tu as ? D’où souffres-tu ? » Il faut avouer que c’est toujours la même chose et qu’on serait en droit de nous dire : « Oh ! alors, si ce n’est que ça ! »Car cette douleur, toujours nouvelle pour nous, notre entourage y est habitué, elle deviendrait vite une fatigue pour tout le monde, même pour ceux qui nous aiment le plus. La pitié s’émousse. Aussi, ne serait-ce par générosité, c’est par fierté que je retiendrais mes plaintes, pour ne jamais lire dans les yeux les plus chers la fatigue ou l’ennui.’

‘Maar ik zie af, ik ook, op dat moment; maar ik heb de gewoonte aangenomen om mijn lijden voor mij te houden; wanneer de crisis te zwaar is en wanneer ik me laat gaan in een al te luide klacht, is het zo een gedoe rond mij! “ Wat heb je? Waar doet het pijn?”Je moet erkennen dat het steeds hetzelfde is en dat men ons op den duur zou zeggen: Oh! Ja goed, als het dat maar is!”Want die pijn, waar onze omgeving aan went, maar altijd nieuw is voor ons, zou snel een bron van verveling worden voor iedereen, zelfs voor degenen die het meest van ons houden.Het medelijden neemt af. En daarom, ware het niet uit generositeit, dan wel uit trots, zou ik mijn klachten voor mij houden, om nooit het het beu zijn of de verveling te moeten lezen in de liefste der ogen .’

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Scroll to top