TEGENGIF

Lente©Chronosenik

“Moge ik de sereniteit hebben om te accepteren wat ik niet kan veranderen,

de moed om te veranderen wat ik wel kan veranderen

en de wijsheid om het verschil tussen beide te kennen.” (auteur onbekend)

Na het schrijven van de vorige blog Jaloezie, dacht ik meteen aan bovenstaande tekst. Als tegengif. Want dat heb je nodig op momenten van diepe vertwijfeling. Er zijn veel soorten tegengif, ook hier al vaak benoemd, dit is er maar eentje van. Maar eentje dat niet kan ontbreken eigenlijk. Eentje om door te geven. Dat vind ik belangrijk, temeer omdat ik merk dat mijn vorige schrijfsel best wat teweeg brengt.

Het is een alom gekende uitspraak, een mantra of gebedje zo je wil, dat ook ik intussen regelmatig eens uitspreek of in gedachten neem. 

Toen ik het ooit voor het eerst las , ik geloof in het boek ‘Mindfulness in de maalstroom van je leven’ van Edel Maex, vond ik het mooi, maar tegelijk dacht ik ook : ‘ja het zal wel.’ 

Ik wilde de dingen niet aanvaarden zoals ze waren, maar wilde ze veranderen. 

Ik wilde helemaal niet ziek zijn en dat aanvaarden! 

Maar genezen en daar alles voor doen! 

Een heel legitieme en menselijke en best gezonde reactie eigenlijk. Overigens werd me dat door de medische wereld -of mag ik nu vandaag zeggen- ‘de medische onkunde’ ook zo voorgehouden, dat als ik maar mijn best deed, ik wel zou genezen. 

Dus naarmate de jaren vorderden en ik maar niet genas, wat ik ook ondernam, greep ik soms automatisch terug naar deze uitspraak.  Omdat ik een manier moest vinden om met deze vreselijke aandoening om te gaan, én de medische onkunde.

Mijn aanvankelijke verzet (dat ik regelmatig nog kan voelen) maakte plaats voor meer begrijpen. 

Hoe vaker ik die woorden uitsprak, hoe meer ruimte er tussen de zinnen kwam en in mijn hoofd. Hoe meer ik het leek te begrijpen. 

Dat er dingen zijn in het leven die je gewoon niet kan veranderen, niet kan sturen. Die je overkomen, waar je alleen maar getuige van kan zijn, en dat je het daarmee te doen hebt. 

‘Moge ik de sereniteit hebben om te accepteren wat ik niet kan veranderen’..

En dat is een hele straffe zin, een héle straffe. 

En dat je vervolgens je weg dient te zoeken in een volkomen onbekend gebied. Dat van een leven met de ziekte en haar grillen en kuren, pijn, verdriet, gemis ja zelfs ontbering. 

Dan komt de zin ‘de moed om te veranderen wat ik wel kan veranderen’ in beeld.
Hoe zal ik dat doen, wat kan ik nog, en hoe? En welke hulp en aanpassingen heb ik nodig, en hoe zie ik mezelf, kan ik mezelf nog aankijken in de spiegel? Hoe draag ik dat verdriet en gemis, de eenzaamheid, het onbegrip? Lukt me dat wel, heb ik die kracht of ga ik er aan ten onder? Wie vraag ik om hulp en wanneer? En helpen ze wel? Wat helpt me eigenlijk? Wie? En zovele vragen meer. Het is een uiterst langzaam en secuur proces, waarin je veel lukt en veel mislukt. Je moet het allemaal zelf uitzoeken namelijk, er is geen richtlijn, er is geen script, zoals ik vroeger al schreef. Of zoals ik in de blogpost Compostella II eindigde met deze zinnen :

“We banen ons een weg, wij getroffenen, doorheen dat rare woud van ziek zijn. Doorheen Tadziekistan.

Met machetes van wilskracht en een handvol vrienden, dwars door Tadziekistan. Wandelen we wankel op breekbare touwen over diepe ravijnen, ons evenwicht zoekend , naar het licht, naar de zuurstof, naar de wereld waar het leven is.”

Tot op de dag van vandaag ben ik hiermee bezig. 

Met die zin, dat gebed, of die spreuk of hoe je het ook wil noemen. Eigenlijk gaan alle blogs daar over. Maar dat is het leven, elke dag opnieuw beginnen.

En daarbij is de laatste zin ook van wezenlijk en misschien het grootste belang: 

‘en de wijsheid om het verschil tussen beide te kennen’. 

Dat is misschien nog de moeilijkste oefening van al. 

Want wij mensen gebruiken graag dooddoeners als : je moet het aanvaarden en doorgaan. Maar meer in de zin van : laat me gerust met je problemen en los het op. En dat is helemaal niét wat dit gebedje zegt. 

Het is telkens afwegen en zoeken, onderzoeken of iets echt onveranderlijk is. Soms is iets onveranderlijk, en lijkt het dat niet, en soms helemaal omgekeerd. Je kan er pas jaren later maar achterkomen wat je nu kan veranderen of niet. Het is een vloeibaar proces, dat nooit vast staat, en waarbij je alle wijsheid waarover je beschikt, telkens opnieuw moet aanspreken. En ook de mogelijke wijsheid van anderen, als je het met jouw wijsheid niet altijd kan zien.

Toen ik ging zoeken wie die tekst ooit geschreven had, vertelde Wikipedia me dit.

Het gebed werd wel toegeschreven aan Thomas Van Aquino, Augustinus, Franciscus van Assisi en diverse anderen, ook buiten de christelijke traditie. Reinhold Niebuhr begon het gebed in 1934 te gebruiken in kerkdiensten waarin hij voorging, dat werd mondeling overgedragen en won aan populariteit; Niebuhr zelf publiceerde in 1951 voor het eerst een versie.

God, grant me

the serenity to accept the things I cannot change,

courage to change the things I can, 

and wisdom to know the difference.

Een veelgebruikte Nederlandse vertaling is:

God, schenk me

kalmte om te aanvaarden wat ik niet kan veranderen,

moed om te veranderen wat ik wel kan veranderen

en wijsheid om het verschil hiertussen te zien.

Zelf hou ik van de overlevering zonder het woord God in, omdat ik niet zo hou van godsdiensten en co, al hebben ze soms ook wel mooie dingen te vertellen, dat wel.

“Moge ik de moed hebben om te veranderen wat ik kan

  de sereniteit om te accepteren wat ik niet kan veranderen

  en de wijsheid om het verschil te kennen tussen beide’

(p107 Mindfulness in de maalstroom van je leven, Edel Maex)

liefkozende eenden op de eerste dag van de lente©Chronosenik

 

Scroll to top
error: Afbeeldingen zijn beschermd !!